|
 | Themawerkbladen
|
 |

 |
 |
Groep 1 tot en met 4Extra schrijfopdrachten bij veelgebruikte thema's. |
 |
Bij elk werkblad vindt u een toelichting en een opdrachtsuggestie voor uw leerlingen.
Lente - werkblad Hiermee oefenen uw leerlingen de coördinatie tussen hand en ogen. Bespreek de opdracht vooraf met uw jongste leerlingen. Oudere leerlingen (vanaf groep 4) kunnen zelfstandig aan de slag.
Opdracht Welke dieren komen er uit een ei? Trek lijnen van de dieren die uit een ei komen naar het grote ei in het midden. Kleur de dieren.
Koninginnedag – werkblad U ziet diverse oud-Hollandse spelen zoals zaklopen, bellenblazen, schijven gooien. Het is de bedoeling dat uw leerlingen veel schrijfbewegingen tekenen.
Opdracht Laat zien hoe de kinderen de spelletjes spelen: teken met potlood boogjes bij het zaklopen, breng de stenen met een grote boog naar de openingen, teken grote en kleine zeepbellen bij het bellenblazen en versier de vlag.
Moederdag – werkblad Uitdaging voor verschillende jaargroepen. De kleuters kunnen met eenvoudige lijntjes de kralen versieren of inkleuren. Voor hogere jaargroepen kan de opdracht gebruikt worden als schrijfopdracht. Bijvoorbeeld: Ovale kralen kunnen met een op en neer gaande beweging ingevuld worden, de ronde kralen kunnen met spiralen versierd worden.
Opdracht Maak een mooie ketting voor moeder. Versier de kralen door er verschillende lijntjes in te zetten of de kralen te kleuren.
Vaderdag – werkblad Uitdaging voor verschillende jaargroepen. Voor jonge kinderen is het werken tussen twee lijnen een enorme uitdaging. Zij kunnen een eenvoudige versiering tussen de lijnen maken. Kinderen uit hogere jaargroepen kunnen schrijfpatronen op de taart zetten. U kunt de gewenste schrijfpatronen eventueel aangeven op het bord. De taart mag tenslotte natuurlijk ook gekleurd worden.
Opdracht Maak een mooie taart voor vader. Groep 1 en 2: Versier de taart door tussen de lijnen mooie krullen te maken. Groep 3 en 4: Versier de taart met verschillende schrijfpatronen.
Dagje uit – werkblad Op dit werkblad zijn diverse activiteiten te zien. Het is de bedoeling dat de kinderen de tekening op allerlei plaatsen afmaken. Bespreek vooraf, zeker met de groepen 1 en 2 welke mogelijkheden tot afmaken er zijn. Bijvoorbeeld: - vlaggetjes aan de vlieger - strepen op de paraplu - riet langs het water - gras in het weiland - regen uit de wolken - versiering op de handdoek - extra wolken - boogjes die de kikkers springen - cirkels die de vissen maken. Natuurlijk kan de plaat hierna ingekleurd worden.
Opdracht Kijk goed en maak de tekening af.
Zomer – werkblad Dit werkblad is een kaart die verstuurd kan worden. De kinderen vouwen het werkblad dubbel en plakken de beide zijden vast met lijm of plakband. De ene kant van de kaart kan gekleurd worden, op de andere kant kunnen de kinderen schrijven naar wie ze de kaart willen sturen. Eventueel kunnen kinderen van groep 3 en 4 in de open ruimte een vakantiegroet of een verhaaltje schrijven.
Opdracht Maak een mooie kaart voor iemand en stuur hem op.
Herfst – werkblad Op het werkblad is een groot spinnenweb met spin bij het web te zien. Het web is nog niet af. Van het web zijn alleen de draden vanuit het midden van het web getekend. Op de draden staan puntjes die aangeven waar de verbindende draad tussen deze draden getekend moet worden. De verbindende draden tussen die draden gaan de kinderen tekenen.
Opdracht Help de spin met het maken van zijn web. Groep 1: zet streepjes tussen de draden, van punt naar punt Groep 2: teken de draad die de spin trekt in het web. Begin in het midden en werk rond via de puntjes. Het papier mag gedraaid worden tijdens het tekenen van de draad. Groep 3 en 4: teken de draad die de spin trekt in het web. Werk rond en laat je papier in dezelfde positie liggen. Als de draad van de spin af is mogen tussen de draden nog opvullingen getekend worden door op- en neergaande bewegingen. Hierbij mag het blad wel gedraaid worden.
Dierendag – werkblad Op dit werkblad is een poes te zien die met bolletjes wol speelt. Jongere kinderen kunnen de bolletjes wol verschillende kleuren gaan geven. Laat deze kinderen zien dat het kleuren kan door bewegingen van boven naar onderen en terug te maken, maar dat het ook kan door met het potlood cirkelvormige bewegingen te maken. Oudere kinderen kunnen de bolletjes wol kleuren door cirkelvormige bewegingen te maken. Deze kinderen kunnen de vakjes op de mand met op- en neergaande bewegingen gaan kleuren.
Opdracht De poes speelt graag met bolletjes wol. Nog leuker wordt het voor de poes als alle bolletjes een mooie kleur hebben. Groep 1: kleur alle bolletjes wol Groep 2: kleur de bolletjes wol met rondgaande bewegingen Groep 3 en 4: kleur de bolletjes wol met rondgaande bewegingen, kleur de mand door middel van op- en neergaande bewegingen.
Sinterklaas – werkblad Op het werkblad zie je een zwarte Piet met een verfdoos en een kwast. Op tafel ligt strooigoed. Zwarte Piet wil Sinterklaas verrassen en de saaie pepernoten en taaitaaipoppen in leuke kleuren verven.
Opdracht Help de zwarte Piet met het versieren van alle pepernoten en taaitaaipoppetjes. Kies je mooiste kleuren kleurpotloden en kleur al het strooigoed. Ook Sinterklaas en zwarte Piet mogen daarna gekleurd worden.
Winter – werkblad Op dit werkblad zijn kinderen te zien die een sneeuwballengevecht aan het houden zijn. Tussen de jongens en meisjes vliegen de sneeuwballen heen en weer. Een paar zijn er al getekend. De kinderen mogen op dit werkblad nog meer sneeuwballen gaan tekenen. Daar waar nog meer sneeuwballen komen is alvast een beginpunt gezet.
Opdracht Het sneeuwballengevecht wordt pas echt leuk als er nog meer sneeuwballen gegooid worden. Groep 1: zet streepjes in de sneeuwballen. Daarna mag je nog meer sneeuwballen tekenen. Groep 2: teken meer sneeuwballen. In de sneeuwballen kunnen streepjes gezet worden. Afwisselend streepjes van onder naar boven en van boven naar beneden. Ook zigzaglijntjes mogen in de sneeuwballen getekend worden. Groep 3 en 4: teken meer sneeuwballen. Begin met je potlood telkens bij een beginpunt. Als alle ballen getekend zijn, kunnen de sneeuwballen versierd worden met staande of liggende streepjes en spiralen. Bij de ballen mogen ook lijnen getekend worden, zodat je kan zien waar de ballen naar toe vliegen.
Kerst – werkblad Op dit werkblad staat een grote kerstboom. Deze boom mag verder versierd worden. Voor de verschillende jaargroepen is de opdracht hetzelfde. Aan de uitvoering stelt u natuurlijk andere eisen.
Opdracht De kerstboom hangt vol ballen, slingers en lichtjes. Maak van de kerstboom een echte kerstboom door alle versiering mooi te kleuren.
Vriendjes en vriendinnetjes– werkblad Op dit werkblad staan drie harten getekend die in grootte van elkaar verschillen. Bij dit werkblad horen voor de verschillende jaargroepen verschillende opdrachten
Opdracht Groep 1 en 2: versier de hartjes. Prik ze uit of knip ze uit en plak ze op een mooi gekleurd stukje papier. Je mag de hartjes geven aan iemand die je lief vindt. Groep 3 en 4: Kies een van de drie harten. Kies nu een donker kleurpotlood, bijvoorbeeld fel rood, donkerblauw of donkergroen. Kleur de rand van dit hart het kleurpotlood zodat er een gekleurde rand van ongeveer 1 cm dik ontstaat. Knip daarna het hart uit en neem een nieuw vel wit papier. Leg het uitgeknipte hart op het witte papier. Houdt het hart in het midden vast met de vingers van de niet-schrijfhand. Veeg met de wijsvinger van je schrijfhand stevig over de gekleurde rand naar buiten. Als je het hart hierna optilt, zie je de contouren van het hart staan. Doe het ook zo met de andere harten.
Pasen – werkblad Op dit werkblad is een leeg ei te zien. Naast het lege ei staat de koning klaar om het ei mooi te versieren. Help de koning met het versieren van het ei.
Opdracht Versier het ei met mooie patronen. De schrijfpatronen die in de verschillende schrijfboekjes staan kunnen als voorbeeld aan de kinderen getoond worden.
Krijgt u niets te zien? Download eerst het gratis programma Acrobat Reader. Met dit programma kunt u de bestanden openen en printen of opslaan. |
 © Uitgeverij Zwijsen BV | Privacy Statement
|
|
 |
|
 |
|